Bull-markten en bear-markten
Nu heb ik voldoende om een scherp artikel te schrijven. Ik combineer de Dow Theory-inzichten van Kaufman over de drie fases, het praktijkmateriaal van Harmen van Wijk over regimebewust beleggen, en het academische onderzoek over momentum-gedrag in bull en bear markets.
Financiële markten bewegen nooit in een rechte lijn. Ze wisselen af tussen langdurige stijgingen en ernstige dalingen, en wie begrijpt hoe deze regimes werken, maakt betere beslissingen over wat hij in zijn portefeuille houdt en wanneer hij risico neemt of juist beschermt.
## De definitie van bull en bear
Een bull market is een aanhoudende stijging van brede aandelenindices, doorgaans gedefinieerd als een koersstijging van meer dan 20% vanaf het dieptepunt. Een bear market is het spiegelbeeld: een daling van 20% of meer vanaf het vorige hoogtepunt.
Die 20%-grens komt uit de Dow-theorie, een raamwerk dat Charles Dow aan het einde van de negentiende eeuw ontwikkelde en dat tot op heden de standaard is in de technische analyse. Kaufman (2020) beschrijft het als volgt: een bear marktsignaal treedt op wanneer de index doorbreekt onder het laagtepunt van de vorige correctie, en een bull marktsignaal wanneer hij de top van de vorige rally overtreft. Dat 20%-criterium is asymmetrisch. Een bear market van 50% vereist daarna een stijging van 100% om quitte te spelen. Wie dat vergeet, onderschat hoe destructief dalingen zijn.
## De drie fases van een bull market
Dow-theorie kent elk primair regime drie fases toe. In een bull market:
1. **Accumulatie.** Voorzichtige, professionele beleggers kopen goedkope aandelen terwijl het sentiment nog negatief is. Volumes zijn laag.
2. **Brede participatie.** Koersen stijgen, de economie verbetert, meer beleggers stappen in. Groeiaandelen en small caps doen het goed.
3. **Euforie.** Iedereen praat over aandelen. Koersen stijgen door speculatie, niet door waarde. Volume piekt. Dit is de distributiefase voor wie eerder instapte.
In een bear market lopen die fases omgekeerd: distribution, paniek en uiteindelijk apathie, waarbij zelfs kwalitatief sterke bedrijven tegen bodemprijzen worden genegeerd.
## Asymmetrie is het kernprobleem
Bear markets zijn niet gewoon een bull market in omgekeerde richting. Ze zijn asymmetrisch en disproportioneel destructief.
Aandelen kunnen 20% tot 70% verliezen. Na diepe crashes duurt herstel historisch gezien vijf tot tien jaar, zo blijkt uit de praktijktrainingen van Harmen van Wijk. Wie zijn portefeuille niet beschermt en buy-and-hold volhoudt door de ergste dalingen heen, loopt het risico die herstelperiode te missen omdat hij mentaal of financieel afhaakt. Reële rendementen worden bovendien weggevaagd door inflatie tijdens een langdurig herstel.
Dat is ook wat de academische literatuur bevestigt. Grundy & Martin (2001) en Daniel & Moskowitz (2011) tonen aan dat momentumstrategieën bijzonder kwetsbaar zijn na een bear market: de verliezers uit de dalende markt herstellen als een veerpoot zodra de markt omdraait, waardoor een standaard momentumstrategie die niet op tijd uitstapt zwaar geraakt wordt. In een bear market is de momentumportefeuille feitelijk short op een calloptie op de markt, met een negatieve beta die sterker wordt naarmate de bear langer aanhoudt.
## Wat werkt in welk regime
Er bestaat geen strategie die in elk regime het beste werkt. Dat is een van de meest bruikbare lessen uit empirisch onderzoek.
In bull markets winnen aandelen structureel. Momentumstrategieën presteren het best, gevolgd door groeiaandelen en brede indices als de NASDAQ. Small caps doen mee, maar met hogere volatiliteit en grotere drawdowns. Value blijft achter zolang de bull aanhoudt.
In bear markets draait dit volledig om. Aandelen kunnen 20% tot 70% verliezen. Momentum wordt van bondgenoot tot vijand als je niet tijdig uitstapt. Staatsobligaties bieden bescherming bij een deflatoire schok of financiële crisis, maar helpen nauwelijks bij inflatie. Commodities en energiegerelateerde activa beschermen bij inflatie en geopolitieke onrust, maar presteren slecht bij recessies en vraaguitval.
Macro-economische groei (bbp) en aandelenrendementen zijn slechts zwak gecorreleerd op korte termijn. Markten lopen vooruit op de economie en zijn veel volatieler dan het bbp-verloop doet vermoeden. Macro-voorspellingen zijn daardoor minder betrouwbaar dan het volgen van marktdynamiek zelf.
## Trendfilters als overleven mechanisme
Een concreet antwoord op het bear-marktprobleem is het gebruik van trendfilters. Het 200-daags voortschrijdend gemiddelde of de 10-maands lookbackreturn zijn eenvoudige maar robuuste regels om een bull van een bear market te onderscheiden. Wie onder de trendlijn zit, stapt terug naar cash of defensieve posities.
Uit de Beleggen.com verdiepingstrainingen blijkt dat trendvolgende benaderingen in de dotcomcrash (2000, 2003) en de financiële crisis (2008, 2009) op tijd uitstapten, terwijl buy-and-hold-beleggers zware verliezen leden die jaren herstel vergden. De gedragsmatige verklaring: markten reageren traag op nieuwe informatie. Institutionele beleggers spreiden transacties over weken. Kuddegedrag versterkt zowel de stijging als de daling. Dat schept trends die lang genoeg aanhouden om op te reageren met eenvoudige regels.
De kerngedachte is niet het voorspellen van regimes, maar het mee bewegen ermee. Rendement maak je in bull markets. Overleven bepaalt of je er nog bij bent als de volgende bull begint.
**Bronnen:**
- Kaufman, Perry J. (2020). *Trading Systems and Methods, 6th Edition*. Wiley.
- Daniel, K. & Moskowitz, T. (2011). "Momentum Crashes". Columbia Business School Research Paper.
- Grundy, B.D. & Martin, J.S. (2001). "Understanding the Nature of the Risks and the Source of the Rewards to Momentum Investing". *Review of Financial Studies*.
- Goulding, Harvey & Mazzoleni (2023). "Breaking Bad Trends". SSRN.
- Van Wijk, H. (2025). Wekelijkse verdiepingstraining: Kansen 2026 & Trendvolgend beleggen. Beleggen.com.
*"Dit artikel is educatief bedoeld en vormt geen persoonlijk beleggingsadvies. Doe altijd je eigen onderzoek."*