Sequence-of-returns-risico
Ik heb nu voldoende materiaal. De zoekopdrachten leverden relevante inzichten op over drawdown-asymmetrie, lifecycle investing en sequence-of-returns-risico bij vermogensopbouw en onttrekken. Ik combineer dit met de meegeleverde broncontext.
Twee aandelen met hetzelfde gemiddelde jaarrendement kunnen een totaal ander eindvermogen opleveren, afhankelijk van de volgorde waarin die rendementen vallen. Dat is sequence-of-returns-risico in één zin. Het speelt altijd een rol, maar wordt pas echt gevaarlijk op het moment dat je geld onttrekt aan je portefeuille: bij pensionering, bij vroeg stoppen met werken, of bij geregeld opnemen van kapitaal. Wie alleen naar gemiddelden kijkt, mist het punt volledig.
## De kern van het probleem
Stel: je belegt €100.000 en haalt over tien jaar gemiddeld 6% per jaar. Twee beleggers halen exact hetzelfde gemiddelde, maar bij de een vallen de slechte jaren aan het begin, bij de ander aan het einde. Als je niets doet, geen inleg, geen onttrekking, maakt de volgorde voor het eindvermogen wiskundig weinig uit. Het geometrisch gemiddelde bepaalt het eindresultaat, ongeacht de volgorde van de rendementen.
Maar zodra je geld toevoegt of opneemt, verandert de situatie fundamenteel. Müller (2024) toont formeel aan dat de compound growth rate bij lifecycle investing afhangt van zowel de volatiliteit van rendementen als de volatiliteit van de kasstromen. Elk moment waarop je onttrekt terwijl de markt laag staat, verkoop je meer eenheden voor hetzelfde bedrag. Die eenheden zijn weg. Ze herstellen niet meer mee als de markt aantrekt.
## De asymmetrie van verliezen
Verliezen tellen zwaarder dan winsten van gelijke omvang. Verlies je 33%, dan heb je 50% rendement nodig om weer op nul te staan. Verlies je 50%, dan heb je 100% nodig. Verlies je 80%, dan moet je 400% goed maken om de schade te herstellen. Dit is geen mening, het is rekenkunde.
De Japanse Nikkei piekte in december 1989 rond de 38.900 punten. Daarna volgde een daling van meer dan 63%. Wie in 1990 €100.000 in de Japanse index stak, wachtte ruim 34 jaar om nominaal terug op het startniveau te komen. Na inflatie: praktisch nul. Een ontwikkeld land, geen oorlogseconomie, geen emerging market. Gewoon de index gekocht.
Datzelfde mechanisme geldt voor de Griekse beurs, die in 2007 een all-time high bereikte, vervolgens meer dan 90% verloor, en vijftien jaar later nog steeds ver onder het oude niveau stond. Een daling van 90% vereist een stijging van 900% om te herstellen. Geen enkel gemiddeld jaarrendement helpt je als je er halverwege instapt of gedwongen uitstapt.
## Wanneer het risico het grootst is
Sequence-of-returns-risico treft twee groepen het hardst.
**Aan het begin van de onttrekkingsfase.** De jaren vlak na pensionering zijn de gevaarlijkste. Een forse crash in jaar één of twee dwingt je tot verkopen op een laag punt, waarna het resterende vermogen kleiner is en dus ook minder profiteert van het herstel. Onderzoek naar trend following (Clare et al.) laat zien dat een grote drawdown vlak voor of na het moment van vermogensconversie, zoals de aankoop van een lijfrente, de rest van je financiële leven structureel kan aantasten.
**Aan het begin van de opbouwfase bij grote inleg.** Als je een groot bedrag ineens inlegt en de markt daarna sterk daalt, werk je jaren om de initiële klap te compenseren. Wie in 2000 zijn pensioenkapitaal overboekte naar aandelen, zat dertien jaar onder water bij de AEX, met twee crashes van elk circa 50% in die periode.
## Hoe professionals dit aanpakken
Er zijn drie serieuze manieren om sequence-of-returns-risico te beperken.
**Spreid de kasstromen in de tijd.** Müller (2024) laat zien dat de risicogecorrigeerde eindwaarde toeneemt naarmate je verwachte relatieve kasstromen gelijkmatiger over de looptijd verdeelt. Periodiek inleggen (dollar-cost averaging) en periodiek onttrekken met een vaste methodiek verlagen de variantie van die kasstromen, wat direct doorwerkt in een hogere verwachte eindwaarde.
**Gebruik een trendfollowing filter.** Clare et al. tonen aan dat een eenvoudige regel, uit risicovolle activa stappen wanneer die in een neerwaartse trend zitten, leidt tot aanzienlijk lagere maximum drawdowns vergeleken met een buy-and-hold portefeuille. Dat verlaagt negatieve scheefheid, juist het type risico dat beleggers die pensioen naderen het meest raakt. Een pure buy-and-hold strategie vereist dat je een drawdown van 60% plus decennia onder water kunt overleven, zowel financieel als psychologisch.
**Bouw een liquiditeitsbuffer.** Wie in de onttrekkingsfase twee tot drie jaar aan uitgaven in cash of korte obligaties aanhoudt, hoeft niet te verkopen op het dieptepunt van een crisis. De buffer werkt als schild: je onttrekt vanuit de buffer terwijl de beleggingsportefeuille de tijd krijgt te herstellen.
## De vraag die er werkelijk toe doet
Het gemiddelde rendement van een index is geen persoonlijk rendement. Jouw rendement hangt af van wanneer je instapte, wanneer je uitstapte, en hoeveel je onttrok tijdens de dalen. De echte vraag is niet of een index op lange termijn stijgt. De vraag is of jouw vermogen een drawdown van 60% en tien tot dertig verloren jaren kan overleven, op het moment dat jij ze meemaakt.
Rendement zonder risicobeheer is geen strategie. Het is hopen dat de timing meewerkt.
**Bronnen:**
- Müller, B. (2024). "Lifecycle Investing: The Full Diversification Problem". SSRN Working Paper (abstract=4776778).
- Clare, A. Seaton, J. Smith, P.N. Thomas, S. "Trend Following in Global Asset Allocation". SSRN Working Paper (abstract=2126478).
- Harmen van Wijk (2024). "6-weekse training Succesvol beleggen, week 1: Waar beginnen en leren van de slimste beleggers". Beleggen.com.
*"Dit artikel is educatief bedoeld en vormt geen persoonlijk beleggingsadvies. Doe altijd je eigen onderzoek."*